Terug naar de infra
Hoewel hij oorspronkelijk in de metaalsector was opgeleid, bleek dat geen match. “Ik ben geen binnenmens. Ik heb een week in een fabriek gewerkt, maar dat vond ik helemaal niks. Altijd binnen, in die dampen. Buiten werken past gewoon beter bij mij. Als 20-jarige ben ik toen begonnen bij Goa Noord waar ik de opleiding stratenmaker afrondde. De jaren erna heb ik mij opgewerkt tot voorman straatmaker en vervolgens heb ik nog een paar jaar als zzp’er gewerkt. Na een korte uitstap buiten de sector kwam ik toch weer in de ‘grijze wereld’, van de infra terecht.” Uiteindelijk werkt hij bijna tien jaar voor zichzelf, waarna hij vorig jaar juni overstapt naar zijn huidige werkgever.
Op latere leeftijd maakt hij nog een belangrijke stap. “Toen ik 47 was, heb ik besloten om de opleiding tot uitvoerder te doen.” Drie jaar lang zit hij elke maandagavond in de schoolbanken. Vorig jaar rondde hij de opleiding af.
Asfalt, projecten en buitenwerk
In zijn huidige rol is hij vooral buiten te vinden. “Ik ben bijna altijd buiten, je voelt je daar vrij en de muren van kantoor komen daar niet op je af. Voor mij is het gewoon een prachtig job met uiteenlopende projecten. Van onderhoudswerk en voetpaden tot complete herinrichtingen en emissieloze projecten in de stad. “Het is echt asfalt, asfalt, asfalt.”
Spanningsveld tussen straat en asfalt
Wat zijn werk nu interessant maakt, is juist de combinatie van werelden. “Ik heb twintig jaar op mijn knieën gelegen als stratenmaker. Ik had in die tijd een hekel aan de mannen van het asfalt. Als die kwamen, moest iedereen aan de kant.” Maar nu zit hij er zelf. “Nu moet ik én mijn stratenmakers aansturen én die jongens van het asfalt erbij hebben. Dat spanningsveld maakt het leuk.”
Project dat blijft hangen
Hoewel hij veel projecten heeft gedaan, springt er één uit. Een park in Woldendorp, Groningen, aangelegd voor een stichting waar ook mensen met een beperking aanwezig waren. “Zij liepen daar overdag rond. Na een paar weken werden we uitgenodigd om mee te ontbijten. Dan gingen ze voor ons koken. Dat blijft je bij. Het is niet per se het grootste project, maar wel het meest memorabele. Dat zijn net die dingen die blijven hangen.”
Beginnen is afmaken
Wat voor hem een project goed maakt, is simpel: “Je maakt echt af waar je aan begint.” Dat is niet altijd vanzelfsprekend. “Het gebeurt nog wel eens dat je halverwege wordt weggehaald. Dan denk ik: laat me het gewoon afmaken, of het nou een voetpad is of een tuintje.”
Emissieloos werken vraagt aanpassing
De sector verandert wel, merkt hij. Vooral door de overgang naar emissieloos werken. “Je moet veel meer nadenken. Waar materiaal vroeger direct naar de werkplek kon, moet nu soms eerst andere logistiek worden bedacht. “Waar de ene vrachtwagen wel de stad in mag, mag de andere dat weer niet. Dat moeten steeds vaker emissieloze voertuigen worden. Maar dat is volgens hem tijdelijk. “Over tien jaar is dat gewoon normaal.”
Waar komt het personeelstekort vandaan?
De grootste zorg zit niet in techniek, maar in personeel. “Het zou heel fijn zijn als we wat meer jeugd op het werk krijgen. Nu moeten we veel terugvallen op de oude garde. Volgens hem speelt beeldvorming een grote rol. “Veel mensen denken dat kantoor beter is dan op straat. Ouders moeten zich afvragen waar hun kind gelukkiger van wordt." Ook het onderwijs speelt volgens hem een rol. “Het praktische is er lang niet meer zoveel als vroeger, terwijl er wel veel behoefte aan is.” Hij ziet dat jongeren vaak op afstand worden gehouden van het vak. Onterecht, vindt hij. “Het is lang niet meer zoals twintig, dertig jaar geleden. Je hoeft niet meer de hele dag met een kruiwagen te sjouwen. We hebben machines voor alles.”
Advies: ga kijken
Zijn advies aan twijfelaars is eenvoudig. “Loop een dag of twee mee met een stratenmaker of asfaltploeg.” Volgens hem wordt het dan snel duidelijk. “Kijk wat je ziet, wat ze doen, en vraag jezelf af: is dit wat voor mij? Je moet er zelf voor openstaan. Dat is het belangrijkste.”